Ik zie sfeer, een verhaal.
Geschilderd met licht in blauw en stilte. Kleuren die overeenstemmen, ruimte die immens is maar toch afwezig lijkt. De aanwezigheid van het kind.
Verder niets.
(Peter Franssen, kunstenaar)

Broze Reflectie,
Heb je soms het idee dat ik verder kan kijken dan mijn bescheiden kamer.
In mijn gedachten leven geen boze geesten die mij plagen of lastig vallen.
Helemaal niet
Ik heb je maar even binnen gelaten maar hoe denk je dat mijn beperkingen, noem het zwaktes of misschien maatschappelijk niet aangepast zijn, jou vaardigheden aanspreken door dit vast te leggen.
Ik geef je een spiegel maar kun je die straks nog vasthouden als je me weer alleen laat en ik op ga staan.
(Jacob van Essen, schrijver)
He jij daar, aan de andere kant van het glas,
Ik weet wie jij bent, maar jij kent mij niet.
Ik zie je zitten, zonder dat jij mij kan zien.
Je kent mij niet. Ik jou een beetje.
En eerlijk gezegd: verder dan dat wil ik niet gaan.
Dit is genoeg. Stilstaand beeld, gestold verdriet.
Jij, mannelijke vrouw, hoekig meisje - ik vind je eng.
Eenrichtingsverkeer: ik kijk naar jou.
Ik bespied je, maar jij weet het niet.
Hoe kan het toch dat ik je niet ken en dat ik je toch ken.
Ik weet dingen van je.
Ik weet het van je ogen. Van de kilo's. Van de gekte. De lege dagen. De pijn. De eenzaamheid.
Ik heb je bed gezien, de knuffels die daar op stonden. Je moeder. Hoe je iedere dag je haar anders droeg.
Het stond in de krant. In de bladen. Het was op de televisie.
Je werkte mee. Even was je het tegenovergestelde van alleen. Je was met ons. Het volk. Jouw volk.
Nu is het stil geworden. En waan je je weer alleen.
Je denkt dat de storm is gaan liggen. Dat men je vergeten is en niet meer ziet.
Maar ik zie je hoor. Hier ben ik. Aan de andere kant van het glas. Hallo?
Ik tuur en wend dan mijn blik af.
Een oude onbekende bekende zo te zien, doet zeer.
(Kirsten van Santen, journaliste)
.jpg)
